Abdij Rolduc ligt op een plek waar de geschiedenis van kerk, onderwijs en mijnbouw bij elkaar komt. Het complex in Kerkrade groeide in ruim negen eeuwen uit van een kleine religieuze stichting tot een verzameling gebouwen waarin verschillende tijden hun sporen hebben achtergelaten. Wie alleen naar de voorgevel kijkt, heeft nog maar een deel gezien.
Het begin ligt in 1104, toen de priester Ailbertus van Antoing zich met zijn broers in het Land van Rode vestigde. In 1106 begon de bouw van de crypte en werden de fundamenten voor de kloosterkerk gelegd. De crypte en de kloosterkerk vormen de oudste kern van het complex.
Van Kloosterrade naar Rolduc
Ailbertus vertrok in 1111 na onenigheid over de koers van de gemeenschap. De abdij bleef bestaan en groeide verder. Ze werd bekend als Kloosterrade of de abdij van Rode. De naam Rolduc is afgeleid van het Franse Rode-le-Duc en verwijst naar het naburige Herzogenrath.
De gebouwen vertellen ook iets over de rijkdom die de abdij later verwierf. In de achttiende eeuw speelde de winning van steenkool een belangrijke rol. Dat is in deze omgeving niet zo vreemd: in het Wormdal liggen de steenkoollagen op sommige plaatsen vlak aan het oppervlak. De geschiedenis van Rolduc begon daarmee veel eerder aan die van de mijnstreek te raken dan de grote mijnschachten doen vermoeden.
In 1796 maakte de Franse overheid een einde aan de abdijgemeenschap. Vanaf 1831 kreeg Rolduc opnieuw een onderwijsfunctie, aanvankelijk als kleinseminarie van het bisdom Luik. Later volgden de band met Roermond, het internaat en andere opleidingen. Het complex kreeg daarnaast functies als hotel en conferentieoord.
Voor deze fotoreeks staat vooral het gebouw centraal. De zware bouwmassa’s, de herhaling van bogen en de overgangen tussen lichte en donkere ruimten geven genoeg aanleiding om wat langer te kijken. Kennis van de geschiedenis helpt daarbij: een school, een abdij en een internaat stellen andere eisen aan hetzelfde gebouw. Rolduc heeft ze alle drie gekend.

Reacties