Urbex is de afkorting van urban exploration: het verkennen van door mensen gemaakte plekken die niet meer op hun oorspronkelijke manier worden gebruikt. Op EOSfoto gaat het vooral om fotografie van verlaten fabrieken, zorginstellingen, kloosters en andere gebouwen.

Het woord wordt ook gebruikt voor het verkennen van tunnels, het beklimmen van gebouwen en het binnengaan van locaties die nog in gebruik zijn. Dat zijn verschillende activiteiten met verschillende risico’s. Een spectaculaire foto op internet maakt ze niet onderling vergelijkbaar en geeft ook geen toestemming voor een eigen bezoek.

Waarom ik verlaten gebouwen fotografeer

Mijn belangstelling voor industrie begon al bij de mijn Julia, waar mijn vader werkte en waar ik als kind vaak in de buurt was. De foto’s die ik later maakte, bewaren iets dat inmiddels verdwenen is. Destijds vonden mensen het maar vreemd dat ik een oude centrale fotografeerde. Een foto maakte je toch van iets moois?

Dat is voor mij nog steeds een belangrijk deel van de aantrekkingskracht. In een leeg gebouw worden andere dingen zichtbaar. De constructie, de plaats van een machine en de verbinding tussen de ruimten vallen meer op zodra het dagelijks gebruik weg is. Soms is een gewone gang daarbij interessanter dan de plek waarvan iedereen dezelfde foto maakt.

De geschiedenis hoort erbij, maar moet wel kloppen. Een bijnaam is geen bewijs voor een vroegere functie. Een stoel maakt een vertrek nog geen behandelkamer, en een verhaal dat op vijf websites staat kan vijf keer uit dezelfde onbetrouwbare bron zijn overgenomen.

De ruimte laten zoals je haar aantreft

‘Take nothing but pictures, leave nothing but footprints’ is een bekende afspraak binnen urbex. Voor mij hoort daar ook bij dat je geen inrichting maakt voor de volgende foto. Een piano naar het raam schuiven of kopjes op een stoel zetten is geen behoud van een locatie. Het is decorbouw in iemand anders zijn gebouw.

Ook kleine voorwerpen blijven liggen. Een dossier, brief of foto van een bewoner is bovendien niet zomaar een interessant detail. Persoonsgegevens en privéverhalen horen niet leesbaar op een website. Ik maak zulke gegevens waar nodig onleesbaar en publiceer geen familiegeschiedenis op basis van wat er in een kast ligt.

Vernielingen en diefstal zijn geen onderdeel van mijn fotografie. Hetzelfde geldt voor het forceren van een deur omdat je na een lange autorit toch naar binnen wilt. De gereden kilometers veranderen niets aan het eigendom van het gebouw.

Een foto is geen toegangskaart

Een verlaten gebouw is niet automatisch vrij toegankelijk. Toestemming moet komen van iemand die die ook werkelijk mag geven. Een fotograaf die er eerder binnen was, kan dat recht niet aan een volgende bezoeker doorgeven. Meer hierover staat bij Urbex en wetgeving.

De toestand kan snel veranderen. Tijdens een volgend bezoek bleken ruimten die ik eerder fotografeerde soms al ingestort. Uit een foto valt niet af te leiden of een vloer nog draagt, of een installatie werkelijk spanningsloos is en welke stoffen in een gebouw zijn achtergebleven. Een camera en een mooie reden om foto’s te maken veranderen dat niet.

Waarom ik locaties niet verder prijsgeef

De namen op deze website zijn geregeld schuilnamen. Soms heeft één gebouw meerdere namen en soms gebruiken verschillende fotografen dezelfde bijnaam voor andere gebouwen. Ik voeg daarom geen exacte adressen, coördinaten of beschrijvingen van ingangen aan de reportages toe.

Een deel van de plekken is inmiddels gesloopt, herbestemd of opnieuw bewoond. Een oude serie is geen actuele statusmelding. Ook wanneer een gebouw met zijn echte naam bekendstaat, blijft het een reportage van een bezoek en geen routebeschrijving.

Voor mij is urbex geen wedstrijd in hoeveel locaties je kunt afvinken. Een kleine serie die iets van een gebouw bewaart, heeft meer waarde dan de volgende geënsceneerde foto van dezelfde stoel voor hetzelfde raam.