In 1884 vestigden de eerste trappisten uit Westmalle zich op de Ulingsheide in Tegelen. Het begin was een boerderij in een toen nog afgelegen gebied bij de Duitse grens. De gemeenschap breidde het bezit uit en ontgon grond om in het eigen onderhoud te voorzien. Uit die bescheiden start groeide een kloostercomplex.
Het leven van de trappisten was ingericht rond gebed en werk. De omvang van de gemeenschap en de werkzaamheden bepaalden ook de gebouwen die nodig waren: een kapel, woon- en slaapruimten, landbouwgebouwen en plekken voor de productie en handel.
Wijn, likeur en een kloosterkapel
In 1898 namen de broeders de miswijnhandel van Westmalle over. Later kwamen er andere wijnen en kloosterlikeuren bij. Onder de naam Wijnstekerij Uelingsheide werden die producten ook buiten de eigen regio verkocht. De band tussen het klooster en wijn is dus geen later bedacht thema voor een horecabestemming.
In de jaren twintig kwam de kloosterkapel tot stand. Architect Frans Stoks en broeder Adelbertus Koevoet waren bij het ontwerp betrokken. Rond 1930 volgde het gastenverblijf met portiersruimte. In 1933 werd het klooster tot abdij verheven.
Op 21 april 1943 richtte een grote brand veel schade aan. Kloostervleugels en bedrijfsgebouwen gingen verloren, terwijl de kapel en het gastenverblijf gespaard bleven. Na de oorlog werd een aanzienlijk deel herbouwd. Dat verklaart waarom de gebouwen niet allemaal dezelfde bouwkundige uitstraling hebben.
Een kleiner wordende gemeenschap
Het aantal monniken nam in de tweede helft van de twintigste eeuw af. De omvang van het complex en de omvang van de gemeenschap liepen steeds verder uiteen. Op 17 oktober 2002 eindigde de zelfstandigheid van de abdij. De gemeenschap werd verbonden met Abdij Lilbosch.
Een deel van de overgebleven monniken verhuisde later naar een kleiner onderkomen. Lilbosch bewaart de band met Uelingsheide nog in zijn eigen geschiedenis. De grote kloostergebouwen kregen andere gebruikers en functies. In de voormalige bottelarij vestigde zich vanaf 2002 de Oelespot, terwijl ook de abdijwinkel de herinnering aan het werk van de broeders zichtbaar hield.
Voor de fotoreportage zijn vooral die verschillende bouwlagen interessant. Een kapel die de brand overleefde en een naoorlogs herbouwde vleugel vertellen ieder iets anders. Je hoeft daarvoor niet ieder jaartal uit het hoofd te kennen, maar zonder die achtergrond lijkt het complex al snel alsof het in één keer is neergezet.
Mijn dank gaat naar de Heemkundige Kring Tegelen en in het bijzonder Carel van Nisselroy, die deze reportage mogelijk maakten. De kring verzorgt ook rondleidingen en heeft onderzoek naar de geschiedenis van het complex gedaan.
De reeks bewaart de ruimten zoals ik ze tijdens mijn bezoek kon vastleggen. Mijn eigen foto’s mogen met inachtneming van CC BY 4.0 worden gebruikt. Een bezoek aan het complex zelf staat daar los van; daarvoor gelden de mogelijkheden en afspraken van de huidige beheerders.

hebben julie meerdere plekken in venlo